Kort samengevat
Bijgeloof is het geloof dat dingen de kracht hebben om goed of slecht te veroorzaken terwijl er geen enkel wetenschappelijk bewijs voor is.
Een bijgeloof is het geloof dat een ding iets goeds of iets slechts
kan veroorzaken terwijl er geen enkele wetenschappelijke of logische
reden voor bestaat.
Het lijkt of iedereen wel bijgelovig is
over iets. Vraag om het even wie of ze een trui zouden willen dragen
die is gedragen door iemand die iets vreselijks heeft gedaan, zoals een
moordenaar. Ook al is er geen enkele reden om te geloven dat het dragen
van een trui van een slechte mens anders zou zijn dan het dragen van om
het even welke andere trui, durven de meeste mensen zelfs niet in de
buurt te komen van de trui van iemand die ze door en door slecht vinden.
Zelfs
volwassenen die van zichzelf vinden dat ze niet bijgelovig zijn, zullen
kippevel of een goed gevoel krijgen wanneer ze iets aanraken dat
behoorde aan iemand waarvoor ze een grote bewondering hebben. Er is
geen logische of wetenschappelijke reden waarom er iets speciaals zou
zijn aan het aanraken van iets dat door een bewonderd persoon werd
aangeraakt. En toch doen mensen heel veel moeite om een handtekening te
krijgen of het huis te bezoeken van iemand die belangrijk is of was.
Je
kan de wereld niet indelen tussen mensen die bijgelovig zijn en mensen
die niet bijgelovig zijn. We zijn allemaal bijgelovig, maar niet altijd
over dezelfde dingen. We lachen misschien wel wanneer we lezen over
mensen die tijdens een zonsverduistering op trommels slaan zodat de
maan de zon zou teruggeven. Maar die mensen lachen misschien wel met
ons omdat we een rockster proberen aan te raken of omdat we kleren
kopen omdat de naam van een of andere zanger(es) erop staat.
Heel
wat bijgeloof ontstaat door zaken die bij toeval gebeuren. Je vergat je
sokken te wassen voor een voetbalwedstrijd en je maakt drie doelpunten.
Vanaf nu was je je sokken niet meer voor een wedstrijd. Je droeg je
blauwe trui toen je op school een prima toets maakte. Nu is die trui
jouw gelukstrui en draag je
hem elke keer je een toets hebt. In plaats van te aanvaarden dat zaken
per toeval gebeuren, zoeken we een oorzaak. Als je erover nadenkt, weet
je dat er geen enkele logische reden is waarom vuile sokken je zou
helpen om een doelpunt te maken. En het dragen van een trui kan
onmogelijk het studeren voor een test vervangen.
Heel
wat atleten zijn bijgelovig. Ze dragen halskettingen of speciale
armbandjes met hologrammen. Waarom? Niet omdat ze vinden dat ze er goed
mee uitzien maar omdat ze denken dat die kettingen en bandjes hun spel
zal verbeteren. Dat kan niet, zal je denken. Maar... als de speler écht
gelooft dat zijn halsketting of armband hem zal helpen, dan zal hij
zich beter kunnen ontspannen en een goed gevoel hebben. Misschien
speelt hij beter wanneer hij ontspannen is en zich goed voelt. Dus magische juwelen kunnen soms mensen helpen, maar enkel omdat ze bijgelovig zijn!
Sommige soorten bijgeloof zijn het gevolg van magisch denken.
Geloven dat het slechte van een slechte mens in de trui van die slechte
mens blijft, is een vorm van magisch denken. Denken dat zaken die op
elkaar lijken een soort van magische verbinding delen, is ook magisch
denken. Het is niet omdat een plant op een nier lijkt dat die plant een
goede medicijn vormt voor nierproblemen.
Sommige
mensen denken dat als ze een pop maken die op iemand lijkt, ze die
persoon kunnen helpen of pijn doen door de pop te helpen of pijn te
doen. Sommige mensen denken dat je iemand kan helpen door met naalden
in een pop te steken die die persoon voorstelt. Sommigen denken dat je
een persoon ziek kan maken door een naald in een pop te steken die die
persoon voorstelt. Dit zijn ook voorbeelden van magisch denken.
Magisch
denken lijkt gebaseerd op de overtuiging dat er een soort energie is
die magisch kan overspringen van een ding op een ander ding.
Er is geen wetenschappelijke basis voor. En toch zijn er heel wat
mensen die geloven dat zodra iets ergens is geweest of iets heeft
aangeraakt, het zijn spoor op die plaats of op het aangeraakte ding
heeft gelaten. Bijgeloof over spookhuizen lijkt op dit soort
magisch denken te zijn gebaseerd.
Natuurlijk,
als je gelooft dat iemand je kan betoveren door naalden in een pop te
steken, kan je zodanig zenuwachtig en ongerust worden dat je echt ziek
wordt. (Dit is de negatieve kant van het placebo-effect en wordt het nocebo-effect genoemd. In het Latijn betekent nocebo "Ik zal pijn doen".)
Een
andere soort magisch denken heeft te maken met het geloof in geluks- en
ongeluksgetallen omdat de woorden voor de getallen klinken als andere
woorden die goede of slechte betekenissen hebben. Vier is een
ongeluksgetal in Japan, Korea en Hawaii. Het woord voor 4, shi,
klinkt als hun woord voor 'dood'. In het Kantonees, een Chinese taal,
lijkt het woord voor "18" op het woord voor "zal zeker helpen".
Sommige Kantonezen beschouwen 18 dan ook als een geluksgetal.
Als
je weet dat je een toets hebt en je een goede toets wil maken, dan raad
ik aan dat je ervoor studeert. Vertrouw niet op je blauwe trui. En de
balpen die je van het slimste kind van de klas hebt geleend, zal je ook
niet betere antwoorden laten schrijven dan om het even welke andere
balpen.
Mocht je ooit een onderzoeksproject nodig hebben, dan kan je onderzoeken waar het volgende bijgeloof vandaan komt:
» Een zwarte kat die jouw weg kruist, betekent dat jou ongeluk zal overkomen.
» Vrijdag de 13e is een ongeluksdag.
» Een hoefijzer brengt geluk.
» Hout vasthouden om te voorkomen dat jou iets slechts zal overkomen.
» Onder een ladder wandelen brengt ongeluk.
» Een spiegel breken betekent zeven jaar ongeluk.
» Een paraply binnenshuis openen betekent ongeluk.
» Een konijnenpoot brengt geluk.
» Je vingers kruisen brengt geluk.
Vertel me via de contactpagina wat jouw bijgeloof is en ik deel dat met andere lezers.
(c) copyright 2011, Herman Boel & Robert Todd Carroll
